Het staartendorp


• Albumnummer: 15
   Scenario: Jef Nys
   Tekeningen: Jef Nys   Inkter: Jef Nys


• Publicatiedatum: 1963

• Aantal pagina's: 44


Wanneer Pekkies staart per ongeluk wordt afgeknipt met een snoeischaar, schrikken Jommeke en zijn vrienden zich rot. Ze roepen meteen de hulp in van professor Gobelijn. Misschien kan hij een nieuwe staart laten groeien. Gobelijn is op dat moment bezig met een nieuwe uitvinding — een machine waarmee je kunt zwemmen zonder het te kunnen — wat natuurlijk voor de nodige chaos zorgt. Daarna stort hij zich op het staartgroeimiddel, en met succes: Pekkie krijgt een nieuwe staart. Gobelijn maakt meteen een hele voorraad om ook andere dieren te kunnen helpen. Op dat moment komt iemand van de gemeente langs. De burgemeester had Gobelijn gevraagd een reinigingsmiddel voor de waterleidingen te maken. Door zijn verstrooidheid belanden de kisten met het staartgroeimiddel echter in de waterleiding. Enkele dagen later breekt er grote verwarring uit in Zonnedorp. De ene na de andere inwoner blijkt een staart te hebben gekregen. Teofiel loopt rond met een leeuwenstaart, de dokter met een kangoeroestaart, en zelfs Flip heeft een reuzenstaart. Gobelijn vermoedt dat het middel het staartbeentje van de mensen heeft doen groeien. Uit angst voor een epidemie wordt het dorp afgesloten, maar het leven gaat gewoon door. Jommeke en zijn vrienden ontmoeten allerlei dorpsbewoners die zich amuseren of net last hebben van hun nieuwe staart. Opvallend: Jommeke, Filiberke, Pekkie, Gobelijn en Marie hebben géén staart — zij dronken geen leidingwater. Gobelijn zoekt ondertussen naar een tegengif. Tegelijk vindt hij een anti‑zwaartekrachtpoeder uit. Jommeke en Filiberke willen het anti‑staarmiddel in de waterleiding gooien, maar opnieuw vergist Gobelijn zich: het anti‑zwaartekrachtpoeder belandt in het water. Meteen beginnen alle inwoners door de lucht te zweven — ook Teofiel, Marie en Flip. Na enkele dagen is het poeder uitgewerkt. Kort daarna wordt eindelijk het juiste anti‑staarmiddel in de waterleiding gegoten. De staarten verdwijnen — en belanden allemaal in de vuilnisbakken. Om alles af te sluiten maakt Marie ossenstaartsoep, en Flip besluit het avontuur af te ronden met de spreuk: “En dat is dan het staartje van het verhaal.”