De gouden jaguar


• Albumnummer: 16
   Scenario: Jef Nys
   Tekeningen: Jef Nys   Inkter: Jef Nys


• Publicatiedatum: 1964

• Aantal pagina's: 44


Jommeke, Flip, Filiberke en Pekkie vermaken zich op het strand wanneer Jommeke per ongeluk tegen een dikke man botst. De man heet Archibald Van Buikegem, en Jommeke moet hem zelfs met een fietspomp reanimeren. Uit dank mag Jommeke gebruikmaken van Archibalds motorboot. Op zee vinden ze een veldfles met een noodkreet. Een zekere J.G. zit verdwaald in de jungle van de Orinoco. Jommeke en zijn vrienden besluiten hem te helpen, en ook de Miekes gaan mee. Wanneer Jommeke voor de vierde keer tegen Archibalds buik loopt, ontdekken ze dat hij naar Zuid‑Amerika vertrekt. Ze sluipen in zijn vliegtuigje en springen boven de Orinoco met parachutes naar beneden. In de jungle beleven ze allerlei avonturen: ze overbruggen een diepe kloof, verschalken een tijger en verslaan een krokodil in de rivier. Om te overleven schiet Filiberke vogels neer met zijn katapult — waarbij Flip bijna het leven laat. Later vindt Flip in een boom de initialen J.G. gekerfd. De vrienden volgen de tekens tot bij een graf van steenblokken en een kruis. Ze vrezen het ergste, maar de man blijkt nog te leven. Hij had zijn eigen graf voorbereid in afwachting van zijn nakende einde. En dan volgt de verrassing: de man is niemand minder dan professor Jeremias Gobelijn. Gobelijn vertelt dat hij voor een vriend op zoek is naar de gouden jaguar, een oud afgodsbeeld dat door indianen werd verborgen toen de blanken het gebied binnendrongen. Een oude indiaan, de laatste die de schuilplaats kende, had Gobelijn het geheim toevertrouwd. Zodra Gobelijn hersteld is, trekken ze samen verder. Wanneer ze een echte jaguar naar zijn hol volgen, ontdekken ze een grot — met daarin de gouden jaguar. Jommeke en zijn vrienden trekken naar het dorp Rio‑del‑Moka, waar Gobelijns vriend op hem wacht. Na enkele dagen bereiken ze het dorp, waar Jommeke opnieuw tegen Archibald Van Buikegem botst. Tot hun verbazing blijkt hij de vriend van Gobelijn te zijn. Met de hulp van enkele indianen halen ze het beeld op. Archibald besluit de gouden jaguar te laten omsmelten. Het goud wordt gebruikt om scholen, ziekenhuizen en werkplaatsen te bouwen voor de lokale bevolking. Wanneer de werken opgestart zijn, vliegt het gezelschap terug naar huis.