Professor Gobelijn toont Jommeke en Flip zijn nieuwste uitvinding: een drankje waarmee je onzichtbaar wordt. Hij heeft ook een tegengif om weer zichtbaar te worden. Na een geslaagde test bij zichzelf en bij Flip geeft hij Jommeke beide flesjes mee. Jommeke en Flip halen meteen allerlei grappen uit met de dorpsbewoners. Ze doen Teofiel en Marie geloven dat Flip kan toveren en voorwerpen kan laten bewegen. Ook Filiberke wordt in vertrouwen genomen. Wanneer ze in het dorp Flip verder laten “toveren”, worden ze echter opgemerkt door een man die Flip ontvoert. Jommeke en zijn vrienden slagen erin hem te bevrijden. De ontvoerder, een kerel die Buldog wordt genoemd, vermoedt dat er meer achter Flips “magie” zit. Samen met zijn handlangers Kwak en Boemel denkt hij dat er iets onzichtbaars achter schuilt. Ze verdenken professor Gobelijn en breken bij hem in. In zijn brandkast vinden ze echter alleen ... Jommeke‑albums. Buldog vermoedt dat de “geheime documenten” in geheimschrift in die albums verborgen zitten. Kwak en Boemel trekken zich terug om ze te bestuderen. Ondertussen gaat Jommeke — onzichtbaar — op zoek naar de inbrekers. Samen met Flip overmeestert hij Buldog, die hen naar Kwak en Boemel leidt. Die twee weten echter met de albums te vluchten. Na een wilde achtervolging belanden ze per ongeluk bij de politie, die hen meteen arresteert. Jommeke brengt de albums terug naar Gobelijn. Die blijkt zich opnieuw vergist te hebben: de échte geheime documenten lagen gewoon ... in de ijskast.