Professor Gobelijn heeft van uit de wildernis een gorilla laten overkomen. Hij wil bewijzen dat hij een gorilla een beetje menselijk kan maken met behulp van een speciaal serum. En jawel: in een mum van tijd wordt de gorilla slimmer, loopt hij rond alsof hij hier altijd al gewoond heeft en begint hij zelfs te praten. Op voorstel van Flip krijgt hij de naam Mataboe, al wordt hij al snel overal ‘knappe Mataboe’ genoemd. Door zijn enorme kracht en zijn kinderlijke naïviteit belanden Jommeke en zijn vrienden in een hele reeks knotsgekke avonturen. Onderweg ontmoeten ze de gemoderniseerde begijntjes, die nu in korte rokjes door de wereld trekken en zelfs judo beoefenen. Mataboe is meteen onder de indruk, vooral van de kleine Eufrasie, die hem zonder moeite tegen de grond werkt met haar judogrepen. Maar tijdens een hevig onweer slaat Mataboe opnieuw wild door. Hij ontvoert Eufrasie en wil haar meenemen naar de wildernis. Jommeke, Filiberke, Flip, Pekkie, Begonia en Prudentia zetten meteen de achtervolging in. Hun zoektocht leidt hen naar de zee. Dankzij enkele vissers ontdekken ze dat Mataboe en Eufrasie vastzitten op een klein rotseiland, nadat hun bootje is weg gedreven. Ze weten te ontsnappen met Jommekes bootje, en met hulp van de vissers zetten Jommeke en zijn vrienden de achtervolging verder. Uiteindelijk kan Eufrasie ontsnappen en slagen ze erin Mataboe duidelijk te maken dat hij, hoe slim hij ook geworden is, nog altijd een aap blijft — en dus niet met een mens kan trouwen. Zijn plaats is Afrika, waar hij de koning van de wildernis is. Samen met Jommeke en Filiberke keert hij met een zeeboot terug naar zijn thuisland. Professor Gobelijn drinkt dan nog per ongeluk het drankje dat Mataboe weer in een aap moest veranderen. Hij begint zich prompt als een aap te gedragen, tot hij met het verstandsserum opnieuw helemaal zichzelf wordt.