Flip ontdekt bij toeval dat Anatool opnieuw knecht is op een kasteel — ditmaal bij baron Huppelvoet, een oude, alleenstaande en potdove baron die ergens in zijn kasteel een schat bewaart. Jommeke wil de baron waarschuwen, maar Anatool is hem te snel af en weet Jommeke gevangen te nemen. Flip slaat alarm en haalt Filiberke, Pekkie en de Miekes erbij. Maar wanneer ze het kasteel bereiken, blijkt Anatool Jommeke al te hebben weggesmokkeld. Terwijl de vrienden samen met de baron naar hem zoeken, vindt Anatool ook nog eens de schat — en hij gaat er meteen vandoor. Daarmee begint een wilde achtervolging. Tijdens zijn vlucht belandt Anatool in een havendistrict, waar hij in een krot Kwak en Boemel tegen het lijf loopt. Hij laat Jommeke bij hen achter en vlucht verder met de schat. Jommeke herkent de twee landlopers uit Het wonderdrankje en vertelt wie hij is — én dat Anatool met een schat op de loop is. Kwak en Boemel ruiken hun kans, halen Anatool in en eisen een deel van de buit. Maar lang kunnen ze niet genieten van hun vondst: Jommekes vrienden zitten hen op de hielen. De drie boeven slaan op de vlucht — eerst op een brommer, dan in een politiewagen en uiteindelijk zelfs met een vrachtwagen. Toch worden ze door een gelukkig toeval ingehaald en ingerekend. Jommeke wordt bevrijd, de schat wordt gerecupereerd, en het hele gezelschap keert terug naar het kasteel van baron Huppelvoet. Daar volgt een vrolijk feestmaal, waar iedereen opgelucht en voldaan aanschuift.