Wanneer Teofiel bij het houthakken per ongeluk zijn neus afhakt, slaat de paniek toe. Jommeke snelt naar professor Gobelijn, die meteen een nieuw poeder uitvindt waarmee Teofiels neus opnieuw kan groeien — en jawel, het lukt. De professor is zo enthousiast dat hij zijn poeder in grote hoeveelheden wil maken, om iedereen ter wereld met neusproblemen te helpen. Net dan krijgt hij bezoek van de minister van Volksgezondheid, die hem vraagt een poeder te ontwikkelen dat de mensen gezond houdt. Door zijn verstrooidheid verwisselt Gobelijn de kisten ... en zo belandt het neusgroeipoeder bij de bakkers, die het in hun brood verwerken en zo krijgt de bevolking het binnen. Uitgerekend op dat moment wordt Jommeke gestraft omdat hij geen savooien wil eten. Daardoor krijgt hij het speciale brood — met het poeder — niet binnen. Enkele dagen later blijkt dat iedereen een enorme neus heeft gekregen. Het dorp verandert in één grote komedie: mensen botsen tegen deuren, brillen passen niet meer, en zelfs Flip kan zijn lach niet inhouden. Gobelijn zoekt koortsachtig naar een oplossing en test een nieuwe zalf op Teofiel. Maar in plaats van de neus te verkleinen, zorgt de zalf voor ... haargroei op de neus. Ondertussen horen twee boeven, professor Nixweerdt en Piek, van de uitvinding. Ze stelen de zalf om ze te verkopen aan de getroffen bevolking. Jommeke komt hen op het spoor en ontmaskert de dieven. Intussen vindt Gobelijn eindelijk het echte middel dat de neusproblemen oplost. De bevolking krijgt haar normale neuzen terug, en de minister decoreert de professor voor zijn “gezondheidspoeder”.