Twee halve lappen


• Albumnummer: 41
   Scenario: Jef Nys
   Tekeningen: Jef Nys   Inkter: Jef Nys
   Met medewerking van Leo Loedts ↢ Twijfel!
   ↣ Hertekening / Inkter: Philippe Delzenne
• Publicatiedatum: 1970

• Aantal pagina's: 44


De Propere Voeten vinden in de jachtvelden van hun vijanden, de Ketelbuiken, een halve lap stof met geheimzinnige tekens. Ze vermoeden dat de tekens naar een schat leiden en roepen de hulp in van Jommeke. Koperen Keelgat wordt eropuit gestuurd om hem te halen. Flip ziet het minder zitten, maar Jommeke besluit toch te helpen. Flip sluipt ongemerkt het kamp van de Ketelbuiken binnen en ontdekt al snel waar de tweede halve lap verstopt zit: op de buik van het opperhoofd Rollende Rots. Tijdens diens slaap weet Flip de lap te pakken ... maar hij valt zelf ook in slaap. De Ketelbuiken ontdekken de diefstal, grijpen Flip en dwingen Jommeke zich over te geven. Zo krijgen ze hun halve lap terug. Daarna eisen ze de andere helft op bij Dikke Springmuis, in ruil voor het leven van Jommeke en Flip. Met beide lappen trekt Rollende Rots met een groep Ketelbuiken op schattenjacht — een tocht die weken duurt. De tekens leiden hen naar een grot, waar ze een kruik vinden met een nieuwe lap. Het blijkt het testament van Grote Bliksem, het machtigste opperhoofd uit de oude tijden. Zijn boodschap is duidelijk: 'vrede is de grootste schat'. Alle stammen moeten de strijdbijl begraven. De Ketelbuiken zijn onder de indruk en besluiten de boodschap te volgen. Jommeke en Flip worden vrijgelaten en begeleid naar de Propere Voeten. Daar roken Rollende Rots en Dikke Springmuis samen de vredespijp — eindelijk heerst er rust tussen de stammen.