Jommeke leest in de krant dat zeepfabriek 'Rein en fijn' een prijskamp organiseert: ze zoeken iemand die zich drie maanden niet wil wassen, om daarna te tonen hoe krachtig hun zeep is. Jommeke wil Choco inschrijven, maar de Miekes verbieden het. Dan komt Filiberke met het perfecte argument: hij heeft toch al een hekel aan water en zeep. Hij schrijft zich in, en Jommeke en zijn vrienden beloven hem te helpen om drie maanden lang ... vies te blijven. Al snel blijkt dat hun grootste vijand niet het vuil zijn is, maar Filiberkes moeder. Ze probeert hem voortdurend in bad te krijgen. De vrienden verzinnen de ene smoes na de andere om hem te redden van een wasbeurt. Uiteindelijk slaan Jommeke en Filiberke op de vlucht — met moeder in volle achtervolging. De achtervolging leidt hen tot in de haven, waar ze zich verstoppen in een schip. Maar zelfs daar raakt Filiberkes moeder aan boord. Filiberke moet de machinekamer schoonmaken, terwijl zijn moeder in de kombuis kookt. Ze mengt slaappillen in de soep en kan zo met de slapende Filiberke ontsnappen. Jommeke en Flip ontdekken wat er gebeurd is en zetten de achtervolging in. Ze krijgen Filiberke terug, maar moeten opnieuw vluchten voor zijn onvermoeibare moeder. Tijdens hun tocht wordt Filiberke steeds vuiler: hij krijgt roet over zich, valt in een vat teer, en wordt daarna nog eens bedolven onder verf en taarten. Uiteindelijk verstoppen ze hem in een kluis. Jommeke laat de kluis naar de zeepfabriek brengen, waar men een groot feest organiseert om hun zeep te demonstreren. Wanneer de kluis wordt geopend, krijgt Filiberkes moeder eindelijk haar kans: ze wast haar zoon grondig. De zeep werkt uitstekend — Filiberke blinkt als nooit tevoren. De directeur kroont hem tot “zeepkoning” en schenkt hem 2000 stukken zeep. Terug thuis wacht Filiberkes moeder nog één verrassing: een berg afwas die dringend moet worden aangepakt.