Professor Gobelijn nodigt Jommeke en Flip uit om de primeur van zijn nieuwste uitvinding te tonen: de fwietmachine. Met dat toestel kan hij voorwerpen uit een kast fwiet! naar een andere fwietmachine sturen — eentje die bij zijn collega Petronella Carambolla in Italië staat. Als test stuurt hij een bloempot door. De pot komt aan, maar ... de bloemen zijn groen geworden en de bladeren rood. Er is dus iets mis met de plannen. Terwijl de professor onderzoekt wat er fout liep, komen Filiberke, de Miekes, Pekkie en Choco aan. Flip legt hen uit hoe de fwietmachine werkt. Maar wanneer Filiberke en Flip in de kast staan, sluit Choco per ongeluk de deur — en fwiet! worden ze naar Italië gestuurd. Daar blijkt Filiberke nu pluimen te hebben, terwijl Flip kaal is met een zwarte haarpluk op zijn kop. De professor en Jommeke besluiten hen achterna te reizen met de fwietmachine. Filiberke en Flip weten dat niet en lopen weg bij Petronella. Buiten trekken ze meteen de aandacht: een jongen met pluimen en een kale papegaai‑man, dat zie je niet elke dag. Ze sluipen een trein richting België binnen, maar worden opgemerkt door een circusdirecteur en een clown. Die zien meteen kansen en lokken hen in de val. Gelukkig kan Flip hen uit het circus bevrijden. Maar dan worden ze opgemerkt door medewerkers van een dierentuin. Ze worden gevangen en in een kooi tentoongesteld — een “zeldzaam duo”. Ondertussen komen de professor en Jommeke in Italië aan en horen dat Filiberke en Flip verdwenen zijn. In de krant lezen ze dat het tweetal opgesloten zit in de dierentuin van Milaan. Ze nemen Petronella’s fwietmachine mee naar de zoo. Jommeke slaagt erin Filiberke en Flip te bevrijden en ze vluchten samen de fwietmachine in. De professor transporteert hen terug naar de tweede machine — en dan zien Filiberke en Flip er eindelijk weer helemaal normaal uit.