De zingende oorbellen


• Albumnummer: 52
   Scenario: Jef Nys
   Tekeningen: Jef Nys   Inkter: Jef Nys


• Publicatiedatum: 1972

• Aantal pagina's: 44


Koning Zaroba van het eilandrijk Trapatropia, midden in de Indische Oceaan, heeft een probleem: de platina scepter, het eeuwenoude symbool van de koninklijke macht, ligt in een verzonken stad. Geen enkele duiker raakt er levend naartoe. Maar dan toont zijn knecht Bobolo hem een krantenartikel over de plastieken walvis van professor Gobelijn. De koning laat de professor meteen oproepen. Gobelijn vraagt Jommeke en zijn vrienden om mee te gaan. Omdat de reis een week duurt, willen ze een kok meenemen. Ze botsen op Kwak en Boemel, die beweren dat ze hun leven gebeterd hebben. Ze mogen mee — maar al snel ruiken ze dat er iets te verdienen valt. Op Trapatropia worden ze als helden ontvangen. De koning legt uit dat de echte scepter al 1000 jaar vervangen is door een namaak, maar dat hij het originele symbool terug wil. Met de plastieken walvis vinden Jommeke en zijn vrienden de verzonken stad snel. In duikpakken doorzoeken ze de ruïnes en vinden de scepter in een klein kistje. Ze ontdekken ook een kist met vier zingende oorbellen: kristallen juweeltjes die zacht muziek maken wanneer ze bewegen. Terug in de walvis merken Kwak en Boemel dat de vrienden voorwerpen hebben meegenomen. Ze vinden de oorbellen én de kist met de scepter — die ze waardeloos achten, omdat ze niet weten dat hij van platina is. Ze willen de oorbellen stelen, maar nemen per ongeluk de kist met de scepter mee. De kist is afgesloten met een speciale sleutel, dus ze kunnen ze niet openen. Jommeke vermomt zich als slotenmaker en wint hun vertrouwen. Hij opent de kist, maar wanneer Kwak en Boemel ontdekken dat het om de scepter gaat, worden ze woedend. Ze gooien de scepter uit het raam — waar professor Gobelijn en Filiberke hem gelukkig kunnen opvangen. Pas daarna horen Kwak en Boemel dat de scepter van platina is. Maar dan is het te laat. DDe scepter én de zingende oorbellen worden terug gerbracht naar koning Zaroba. Uit dankbaarheid schenkt hij de oorbellen aan de Miekes. Tijdens een wandeling van de meisjes, door het dorp, schitteren de oorbellen als nooit tevoren.