Jommeke, Filiberke en de Miekes worden door professor Gobelijn uitgenodigd — blijkbaar voor een feestmaal. Maar wanneer ze aankomen, vinden ze de professor in grote nood: hij hangt aan een boomtak terwijl hij langzaam de lucht in zweeft. Flip grijpt in en redt hem net op tijd. De professor legt uit dat zijn nieuwste uitvinding, vluchtgas, is beginnen te haperen. Met dat gas — in combinatie met ballonnen en een toevoermachine — kunnen mensen omhoog vliegen. Nog voor hij alles kan uitleggen, krijgt hij telefoon van de luchthaven: een sportvliegtuig zit in problemen en de pilote heeft geen valscherm. De professor en Jommeke haasten zich naar de luchthaven en redden de vrouw met behulp van het vluchtgas. Het nieuws verspreidt zich razendsnel. De professor wordt overspoeld met brieven van mensen die zijn uitvinding willen zien. Om aan de drukte te ontsnappen, duikt hij onder in de abdij van Noordmalle, samen met Jommeke, Filiberke en Flip. In de abdij worden ze hartelijk ontvangen. Tot hun verbazing ontmoeten ze er Anatool, die beweert ingetreden te zijn en nu als broeder Anatolius door het leven gaat. Tijdens hun verblijf raakt een van de kerkklokken vast in de toren. Met het vluchtgas slagen de vrienden erin de klok weer los te maken. De volgende dag leest Anatool in de krant dat een vliegtuig met een lading goud tegen de Primusrots is gevlogen. Het goud hangt nog aan de rotswand en is onbereikbaar vanop de grond. Anatool ziet zijn kans en steelt het vluchtgas. Hij trekt meteen naar de rots. Jommeke ontdekt zijn plannen via de achtergelaten krant. Samen met Flip en de professor zet hij de achtervolging in met de auto van de abdij. Ondertussen bereikt Anatool de steile rotswand. Met het vluchtgas zweeft hij naar de zak goud en grijpt hem. Maar net wanneer hij wil ontsnappen, breekt een knopje van zijn toestel. Anatool blijft maar stijgen, hoger en hoger. Jommeke en Gobelijn kunnen hem nog net redden van de dood als hij naar beneden stort. De zak goud wordt tot slot aan de overheid overhandigd.