Marie laat een palmboom in haar tuin planten, maar Filiberke zaagt hem per ongeluk om. Marie is ontzet, Filiberke in paniek. Jommeke roept meteen de hulp in van professor Gobelijn, die een nieuw middel uitvindt: een houtgroeistof waarmee doorgezaagde bomen weer aan elkaar groeien. De boom wordt hersteld — maar de volgende dag blijkt dat het middel een onverwacht effect heeft: alle bomen groeien enorm. Jommeke denkt dat dit hét middel is tegen luchtvervuiling. Als alle planten groter worden, komt er meer zuurstof. De professor maakt van het middel een gas, en samen spuiten ze heel Zonnedorp in. De dag erna is het dorp veranderd in een jungle. Bomen, struiken, bloemen — alles is gigantisch geworden. De vruchten ook: appels zo groot als voetballen, peren als meloenen. Maar dan gebeurt er iets wat niemand verwacht. Enkele dagen later beginnen de mensen zelf ook te veranderen. Op hun hoofd groeit een tak of een plant. Eerst is iedereen in shock, daarna volgen hilarische taferelen.
• Teofiel krijgt een appelboom op zijn hoofd.
• Marie een palmboom die haar zicht volledig blokkeert.
• Filiberke wordt een perenboom.
• De Miekes krijgen bloemen al kapsel.
• Choco loopt rond met een bananenboom op zijn kop.
Jommeke en de professor zijn de enigen die gespaard blijven — zij droegen een gasmasker. De professor zoekt wekenlang naar een tegenmiddel, maar niets werkt. Afzagen kan niet: de takken zitten vol zenuwen en dat doet pijn. Wanneer de bladeren beginnen uitvallen, denkt iedereen dat het eindelijk betert… maar het blijkt gewoon herfst te zijn. De takken lopen opnieuw uit. Na veel experimenteren vindt de professor eindelijk een tegenmiddel. Het wordt door het dorp gespoten en langzaam vallen de planten van de hoofden. De bomen en planten in Zonnedorp krimpen ook weer tot normale grootte.