Op een dag landt er bij Jommeke een Spaanssprekende papegaai op het raam: Pedro. Hij brengt een dringende boodschap van professor Gobelijn, die hem vraagt om meteen naar Machu Picchu in Peru te komen. Jommeke, Flip, Filiberke, Pekkie en Choco besluiten te vertrekken. Pedro vertelt dat de professor een nieuwe vliegende bol klaar heeft staan — een toestel dat hen in enkele uren naar Peru brengt. Onderweg vertelt Pedro hoe hij de professor ontmoette en dat Gobelijn in Machu Picchu iets belangrijks heeft ontdekt waarvoor hij Jommekes hulp nodig heeft. De vrienden landen in de oude Incastad en verbergen de vliegende bol, want hun missie moet geheim blijven. Toch worden ze opgemerkt door twee Inca’s, Paco en Ranka, die hen nieuwsgierig volgen. Pedro toont de vrienden een steen met oude inscripties die de professor had gevonden. Ze volgen de richting van de pijl op de steen en halen Gobelijn al snel in. Ook Paco en Ranka vinden de steen en besluiten de kinderen te volgen — de tekens lijken immers afkomstig van hun voorouders. De professor legt uit dat hij op zoek is naar de schat van de Inca’s, die eeuwen geleden verborgen werd toen de Spanjaarden binnenvielen. De tocht leidt hen door verlaten bergland en uiteindelijk naar de Dode Berg, een plek waar de Inca’s bang voor zijn. Toch blijven Paco en Ranka hen volgen. Flip en Pedro ontdekken dat er iemand op de berg woont: een oude Inca, Macu Ancapa. Dankzij de taalvaardigheid van de professor kunnen ze met hem praten. Macu Ancapa vertelt dat hij de bewaker van de schat is. Hij had het geheim eigenlijk moeten doorgeven aan een jonge opvolger, maar hij is te oud geworden om er nog een te zoeken. Daarom vertrouwt hij het geheim toe aan Jommeke en zijn vrienden — op één voorwaarde: de schat mag pas gebruikt worden wanneer de Inca’s opnieuw een groot en wijs volk zijn. Hij toont hen de ingang van de berg. Binnenin ligt een enorme berg goud. Maar Paco en Ranka hebben alles afgeluisterd. Ze vinden dat de schat aan de Inca’s toebehoort en sluiten de vrienden op in de berg. Daarna keren ze terug naar hun dorp om het nieuws te vertellen. Jommeke en zijn vrienden beseffen dat ze gevangen zitten in de Dode Berg, met de schat vlakbij — maar zonder uitweg.
Het vervolg van het verhaal lezen we in album 58.
Mocht je in het bezit zijn van de 'eerste druk' dan zal het albumnummer op de cover van het vervolgverhaal '59' zijn. Bij herdruk in de 'nieuwe look' is dit gecorrigeerd naar '58 (zie de 2 albums hierna)'.