De strijd om de Incaschat


• Albumnummer: 58
   Scenario: Jef Nys
   Tekeningen: Jef Nys   Inkter: Jef Nys
   Met medewerking van Edwin Wouters

• Publicatiedatum: 1973

• Aantal pagina's: 42


Jommeke, Flip, Filiberke, Pekkie, Choco, professor Gobelijn, Pedro en Macu Ancapa zitten opgesloten bij de Incaschat in de Dode Berg. De twee Inca’s die hen gevolgd hadden, hebben de ingang gebarricadeerd en zijn naar hun dorp teruggekeerd om het nieuws te verspreiden. Flip en Pedro vinden een kleine opening in de rotswand en geraken buiten. Van bovenaf zien ze een grote groep Inca’s naar de berg trekken. Jommeke bedenkt een plan om de schat te beschermen. Wanneer de Inca’s de grot binnenkomen, vertelt Macu Ancapa dat de Zonnegod wil dat de schat in de berg blijft tot er een nieuwe wijze vorst opstaat. Paco en Ranka eisen een teken van de Zonnegod. Ze sluiten Macu Ancapa en de vrienden tien dagen op. Als ze dan nog leven, zullen ze het teken aanvaarden. Gelukkig hebben de vrienden de voedselpillen van de professor, waardoor ze het makkelijk volhouden. Gobelijn denkt ondertussen voortdurend aan een nieuwe garnaalpelmachine, tot lichte wanhoop van de anderen. Na tien dagen zien de Inca’s dat iedereen nog springlevend is. Ze geloven Macu Ancapa en besluiten de schat ongemoeid te laten. Er wordt afscheid genomen. Pedro kiest ervoor bij Macu Ancapa te blijven. Maar dan duiken drie boeven op: Sam, Bud en Bengo. Ze hebben de terugkerende Inca’s horen praten en willen de schat veroveren. Ze nemen Macu Ancapa gevangen. Pedro ontsnapt en waarschuwt Jommeke en de anderen. Ze keren terug naar de Dode Berg en jagen de boeven weg. Uit voorzorg blijven Jommeke en Choco bij Macu Ancapa, terwijl de rest naar Machu Picchu terugkeert. Later halen ze hem op met de vliegende bol. Maar onderweg valt Filiberke in slaap, en professor Gobelijn vliegt per ongeluk zonder Jommeke terug naar huis. Flip, die buiten de bol is gebleven, ziet het gebeuren en waarschuwt Jommeke. Thuis merkt Filiberke dat Jommeke ontbreekt, maar de professor wil eerst zijn ideeën voor de garnaalpelmachine noteren. Ondertussen schakelen de drie boeven Joe Dikke Bil en zijn mannen in. Met een grote groep trekken ze naar de Dode Berg. Jommeke, Macu Ancapa en de anderen verschuilen zich, maar de boeven zijn te snel. Op dat moment komen de professor en Filiberke opnieuw aan met de vliegende bol. Gobelijn heeft per ongeluk een grote doos lachgas meegenomen. Ze gooien de flesjes in de grot en de boeven verlaten al schaterend de berg — totaal ongevaarlijk. Macu Ancapa vraagt de professor hem naar de Incadorpen te brengen. Hij weet dat de schat niet langer veilig is nu de boeven het geheim kennen. De Inca’s besluiten een sterke stad bij de Dode Berg te bouwen en de schat met vele mannen te bewaken. Uit dankbaarheid krijgen Jommeke en zijn vrienden de eretitel “prins van het Nieuwe Incarijk”.

Het eerste deel van het verhaal lezen we in album 57.

Mocht je in het bezit zijn van de 'eerste druk' dan zal het albumnummer op de cover '59' zijn. Bij herdruk in de 'nieuwe look' is dit gecorrigeerd naar '58' zodat de logische aansluiting, qua nummering, correct is.