Een schip vist een aap op die op een boomstam ronddobbert in zee. Het dier wordt naar de haven van Antwerpen gebracht en belandt uiteindelijk in de dierentuin. Wanneer men via een Jommeke‑strip ontdekt dat de aap naar Jommeke wil, vermoeden Jommeke en Flip dat het een van de apen van Paradijseiland is. Er moet dus iets mis zijn. Jommeke, Filiberke, de Miekes en Flip vertrekken met het schip dat de aap meebracht. Ze nemen een kist geneesmiddelen mee. Choco blijft thuis als proefkonijn voor een nieuwe uitvinding van professor Gobelijn, en Pekkie wijkt niet van de poedel van Filiberkes buurvrouw. Op Paradijseiland zien de vrienden meteen wat er gebeurd is: een zware storm heeft het eiland geteisterd. Bomen zijn ontworteld, apen zijn gewond en hun oude boomhut is vernield. De vrienden hebben hun handen vol met het verzorgen van de dieren. Ondertussen thuis blijkt dat Choco door Gobelijns nieuwe uitvinding ... kan spreken. De professor en Choco besluiten ook naar Paradijseiland te gaan, met de vliegende bol. Gobelijn neemt een krachtig geneesmiddel voor breuken mee. Choco neemt stiekem ook de spreekstof mee. Op het eiland geeft Choco alle apen een spuitje met het geneesmiddel én het spreekmiddel. De apen herstellen snel — en beginnen te praten. Uit dankbaarheid willen ze voor de vrienden een echt luilekkerland bouwen: een nieuwe woning, een zwembad, alles erop en eraan. Maar dan loopt het mis. Een apinn wordt verliefd. Dikke Nina vraagt de professor ten huwelijk. Tijdens een groot feest vlucht Gobelijn met de vliegende bol ... maar Nina is mee naar binnen geglipt. Ook de andere apen gedragen zich steeds menselijker. Gelukkig werkt het middel de volgende dag plots niet meer. De apen worden weer gewone apen. Kort daarna komt het schip Jommeke en zijn vrienden ophalen. Terug in Zonnedorp blijkt, dat bij professor Gobelijn thuis, ook dikke Nina de oude te zijn. Ze doet dienst als afwasser. En dan verschijnt Pekkie die aankomt met zijn vriendin en zes puppy's.