Een klein hondje, met een grote strik rond de nek, komt bij Jommeke terecht. In de krant ziet Jommeke een zoekertje van de eigenares, dus brengen hij en Flip ze het hondje terug. Als beloning krijgen ze ... een halve rol pepermuntjes. Flip is zwaar teleurgesteld. De vrouw is gewapend is en al twintig jaar op de vlucht voor dieven. Ontevreden dringt Flip het huis binnen en ontdekt een grote brandkast die met de code bobos opengaat. Jommeke, Flip en Filiberke gaan aanbellen. Flip verklapt dat hij de code van de brandkast kent en wordt “neergeschoten” — maar het pistool blijkt gevuld met ... pepermuntjes. De vrouw, die anoniem wil blijven, vertelt haar verhaal. De vrienden noemen haar Madam Pepermunt. In de brandkast liggen documenten die toegang geven tot de erfenis van haar vader, maar ze mag ze pas na twintig jaar openen. Die periode is bijna voorbij — en al die tijd wordt ze door bandieten opgejaagd. Er wordt besloten om Madam Pepermunt te helpen. Die avond dringen drie bandieten binnen, maar worden verjaagd. Jommeke bedenkt vervolgens een plan: ze vervalsen het testament en laten de brandkast stelen. Dat gebeurt snel — en Madam Pepermunt is eindelijk veilig. Samen reizen ze naar de Verenigde Staten om de echte erfenis op te halen. Het echte testament zit verstopt onder Filiberkes trui. Te paard trekken ze door de Far West naar het dorpje Old Goldhill. Maar de boeven hebben intussen ontdekt dat het testament vervalst is en reizen hen achterna. Jommeke en zijn vrienden worden overmeesterd, maar Jommeke laat uitschijnen dat het testament al bij de notaris ligt. De boeven nemen Filiberke als gijzelaar mee naar de notaris. Dankzij Flip, Pekkie en Bobos kunnen Jommeken en zijn gezelschap ontsnappen. In het dorp merken de boeven dat ze bedrogen zijn. In de saloon dreigt hun leider, Cat Caters, Filiberke neer te schieten als hij het testament niet krijgt. Maar de waard — een voormalige bokserskampioen — grijpt in en de boeven worden overmeesterd. Dan onthult Flip dat het echte testament al die tijd bij Filiberke zat — en dus bij de boeven zelf. De notaris en Madam Pepermunt, die eigenlijk juffrouw Goldmann heet, ontmoeten elkaar. De notaris vertelt dat Cat Caters vroeger zijn bediende was en daarom van het testament wist. Hij had Madam Pepermunt daarom aangeraden te vluchten. Met het gevaar achter de rug trekken gaat het groepje naar de berg 'Old Goldhill', een goudberg met een rijke ader die haar vader ooit ontdekte.