Jommeke is 's morgens nog moe en zijn voeten zijn vuil. De dagen daarna wordt het alleen maar erger. ’s Avonds ontdekken zijn ouders de oorzaak: Jommeke slaapwandelt. Hij loopt ’s nachts buiten rond, klimt zelfs over daken. Ze roepen de hulp in van Filiberke en de Miekes. Die proberen Jommeke overdag wakker te houden zodat hij ’s nachts te moe zou zijn om te wandelen — zonder resultaat. Hem ’s nachts wakker houden lukt ook niet. Zelfs wanneer ze zijn kamervenster dichttimmeren, ontsnapt hij toch. Wanneer Jommeke in de krant met een nachtelijke foto verschijnt - hij zat op de haan van de kerktoren - is het Teofiel te veel. Ze vertellen Jommeke dat hij slaapwandelt. Jommeke raadt aan om professor Gobelijn erbij te halen. Aan zijn vrienden vertelt hij dat alles begon nadat hij een appel van een oude dame kreeg. Filiberke denkt meteen aan Sneeuwwitje en vermoedt dat de appel vergiftigd was. Jommeke heeft de appel niet helemaal opgegeten, en Flip vindt het restje in de tuin. Professor Gobelijn onderzoekt het stuk en ontdekt een slaapgif. Het werkte maar half omdat Jommeke de appel niet volledig opat. Ze vermoeden dat Anatool erachter zit. De professor maakt een tegengif, en Jommeke herstelt — eindelijk weer uitgeslapen en klaar voor nieuwe avonturen.