Jommeke schrijft Flip in voor een papegaaienquiz op TV. Flip wint de quiz. Zijn prijs: twee vliegtickets naar Zuid‑Amerika. Twee mannen — professor Calabas en Pedro Carottos — zien de uitzending en besluiten Flip te ontvoeren. Ze nemen hem mee naar Guatemala, waar ze hem dwingen hen te helpen. De mannen zoeken in de jungle naar een verborgen Mayatempel waar, volgens oude verhalen, de schat van het volk verstopt werd na de Spaanse invallen. Niemand weet nog dat de schat bestaat, maar Calabas en Carottos vermoeden dat sommige papegaaien het geheim nog kennen. Flip moet via de papegaaien de schat voor hen opsporen. Flip weigert — de schat behoort de Maya’s toe — en bedenkt een list om Jommeke te waarschuwen. Elke papegaai die hij tegenkomt, leert hij zeggen: “Ik ben Flip van Jommeke.” Maanden later hoort Jommeke toevallig een papegaai die zegt dat hij “Flip van Jommeke” is. Zijn baasje vertelt dat hij de vogel kocht tijdens een reis in Guatemala. Jommeke en Filiberke vertrekken meteen naar Guatemala. Via een papegaaienverkoper komen ze op het juiste spoor. Een Maya‑jongen, Jukataka, leidt hen door de jungle. Onderweg leren ze de papegaaien roepen: “Jommeke is hier.” Eindelijk vindt Flip een oude papegaai die de tempel én de schat kent. Op datzelfde moment hoort hij Jommekes boodschap. Hij stuurt Calabas en Carottos de verkeerde kant uit. De boeven schieten Flip neer, maar hij misleidt hen en ontsnapt. Hij vindt Jommeke terug en leidt de vrienden naar de geheime tempel. Via een verborgen ingang ontdekken ze een enorme goudschat — de verloren rijkdom van de Maya’s. De Maya‑leiders van Guatemala beloven de schat te gebruiken om hun volk opnieuw welvarend te maken. Calabas en Carottos dwalen nopg steeds door de jungle dwalen, zonder schat, zonder Flip, en zonder idee waar ze zijn.