Filiberke krijgt een brief: hij erft een kasteel én een fortuin van zijn overgrootoom Giovanni uit Italië. Even later staat een Italiaanse chauffeur, Mario, voor de deur met een glimmende Rolls‑Royce. De plotselinge rijkdom stijgt Filiberke naar het hoofd. Hij gedraagt zich hoogmoedig tegenover zijn vrienden — en dat valt ook Anatool op. Die breekt ’s nachts in en ontdekt de erfenis. Hij stuurt Filiberke doodsbedreigingen om hem te dwingen afstand te doen. Filiberke schrikt, verontschuldigt zich bij zijn vrienden en vraagt hun hulp. Samen met Jommeke, Flip, de Miekes, Pekkie en Choco vertrekken ze naar Italië om het kasteel te bekijken. Onderweg worden ze slachtoffer van een carjacking en zelfs een bomaanslag, maar dankzij Flip worden beide pogingen verijdeld. Uiteindelijk bereiken ze het kasteel, dat hoog boven een dorp op een berg staat. Daar blijkt dat Anatool hen voor was. Hij heeft zich in het kasteel geïnstalleerd en vermomt zich snel als Leonardo, de oude butler van baron Giovanni. Pekkie en Flip ruiken onraad, maar kunnen hem niet ontmaskeren. In het kasteel staat ook een ezel. Anatool verzint een verhaal en beweert dat de ezel ’s nachts spreekt. Jommeke en Filiberke gaan kijken — en inderdaad, de ezel praat. Hij beweert de geest van baron Giovanni te zijn en waarschuwt hen het kasteel te verlaten. De Miekes en Filiberke geloven het meteen. Jommeke en Flip niet. Jommeke ontdekt in de kamer van de butler een bandopnemer met de stem van de ezel. Flip ontdekt hoe de stem via de keel van de ezel naar buiten komt. Ze spreken een nieuwe boodschap in en lokken de butler in de val. Wanneer hij reageert, valt hij door de mand — en in zijn vlucht zien de vrienden dat het inderdaad Anatool is. Op dat moment arriveert Mario opnieuw, ditmaal met pater Antonio. Zijn weeshuis in het dorp staat op instorten. Filiberke besluit zijn kasteel aan de pater en de weeskinderen te schenken.