In de dierentuin gebeurt iets ongelooflijks: Rachad, de Indische olifant, verliest zijn slurf. Iedereen in paniek, behalve professor Gobelijn — die duikt meteen zijn labo in en brouwt een slurfgroeimiddel. En jawel: Rachads slurf groeit netjes terug. De professor maakt meteen liters van het spul, voor het geval hij nog slurfloze olifanten vindt. Jommeke, Flip en Filiberke zien het gevaar: als dat drankje in de waterleiding terechtkomt, is het een ramp. Ze laten het via het riool wegvloeien, en Gobelijn vertrekt naar Afrika om olifanten te helpen. Maar dan loopt het mis. De filters van het waterzuiveringsstation hebben het slurfmiddel niet uit het drinkwater weggefilterd. Heel Zonnedorp krijgt een slurf. Mensen, dieren, iedereen — zelfs Pekkie en Choco lopen er plots bij als mini‑olifantjes. Alleen Jommeke blijft slurfloos, omdat hij thuis pompwater drinkt. Zonnedorp verandert in één grote slurvenkermis. Jommeke probeert de sfeer erin te houden en organiseert van alles: een blaasorkest dat dankzij de slurven een oorverdovend succes wordt, en nog meer knotsgekke activiteiten. Dan blijkt dat de roeiploeg van Zonnedorp niet kan deelnemen aan een belangrijke wedstrijd. Jommeke stelt snel een nieuwe ploeg samen. De start is bibberig, maar zodra ze hun slurven gebruiken om extra kracht te zetten, vliegen ze vooruit en winnen ze met gemak. Enkele weken later verdwijnen de slurven plots. Iedereen opgelucht, iedereen weer zichzelf. Wanneer professor Gobelijn terugkeert, vertelt hij doodleuk dat het middel nooit in de waterleiding mag komen en dat het bij mensen maar tijdelijk werkt. Bij olifanten blijft het effect wél. Rachad ... die zwaait trots met zijn nieuwe slurf.