Het kriebelkruid


• Albumnummer: 114
   Scenario: Edwin Wouters
   Tekeningen: Edwin Wouters   Inkter: Edwin Wouters


• Publicatiedatum: 1983

• Aantal pagina's: 47


Jommeke wordt door de Propere Voeten uitgenodigd voor een feest ter ere van de pasgeboren zoon van opperhoofd Dikke Springmuis. Tijdens het feest komt een krijger van de Kortbenen, een andere indianenstam, aan in hun kamp. Hij meldt dat de zoon van hun opperhoofd, Laag bij de Grond, de kriebelkoorts heeft — een ziekte die iemand na tien dagen onomkeerbaar gek maakt. Om hem te redden moet hij kriebelkruid nemen. Dat kruid is echter enkel in het bezit van de Langbenen, de aartsvijand van de Kortbenen. Jommeke en Filiberke bieden zich vrijwillig aan om het kruid te halen. Samen met Kleine Donder, een jonge krijger, gaan ze op weg. Na een lange tocht komen ze aan bij het kamp van de Langbenen. Alle krijgers vertrekken net op dagtocht om nieuw kriebelkruid te plukken. Het kamp wordt afgezocht maar het kruid is onvindbaar. Dan wordt Jommeke ontdekt en gevangengenomen. Filiberke en Kleine Donder zoeken een veilige schuilplaats en ontdekken toevallig een grot achter een waterval. Daar vinden ze het kriebelkruid, bewaakt door een oude indiaan die vroeger het opperhoofd was. Hij schenkt hun het kruid. Wanneer ze de grot verlaten, worden Filiberke en Kleine Donder echter ook gevangengenomen. Alleen Kleine Donder kan de daaropvolgende nacht door Flip worden bevrijd. De volgende morgen keert het opperhoofd, Hoog in de Wolken, terug met zijn krijgers. Hij besluit de gevangenen — Jommeke en Filiberke — “naar de eeuwige jachtvelden te sturen”. Het oude opperhoofd, ingelicht door Kleine Donder, houdt hem echter tegen. Hij zorgt ervoor dat ze alle drie kunnen vertrekken met het kriebelkruid. Terug in het kamp van de Propere Voeten wordt het kruid meteen naar de Kortbenen gestuurd. Later krijgen ze bericht dat het gewerkt heeft. Kleine Donder krijgt de adelaarsveer als teken van zijn moed en is nu een echte krijger. Jommeke en Filiberke blijven nog voor het feest waarvoor ze eerst gekomen waren en vertrekken daarna terug naar huis.