Bij een wandeling vinden Jommeke, Flip en Filiberke een omslag met daarin een foto van een geraamte. Op de rechterrib van het skelet staan tekens gegrift. Professor Gobelijn kan de tekens ontcijferen: de zevende linkerrib moet gezocht worden. Gobelijn trekt samen met Jommeke en Filiberke naar Afrika, waar ze al snel opnieuw tekens terugvinden van de ontdekkingsreiziger Ari Safarimo. Koppensnellers nemen hen echter gevangen. Deze laatsten zijn rechtstreekse afstammelingen van Kalafar en ze bewaken de bewuste rib. Het stamhoofd beslist dat Jommeke en zijn vrienden de rest van hun leven bij de stam moeten blijven. Flip kan de rib bij de professor brengen, zodat deze de tekens kan noteren. Daarna legt Flip probleemloos de rib weer op zijn bewaakte plaats. Jommeke en zijn vrienden krijgen nu de opdracht om de overblijfselen van de stamvader van de koppensnellers terug te brengen. Op hun zoektocht ontmoeten ze twee oude bekenden: professor Calabas en Pedro Carottos. Deze twee nemen Jommeke en zijn vrienden gevangen. Flip wordt — gelukkig zonder erg — zelfs neergeschoten en komt terecht bij een oude man. De oude man kan Jommeke en zijn vrienden bevrijden en de twee ongure elementen worden overmeesterd. De oude man toont hen de schat van Kalafar. De koppensnellers krijgen de schat; professor Gobelijn krijgt de rib als beloning.
EXTRA INFO
De oude man is het verhaal draagt de naam ANNOS ATTENDROS wat Latijn is voor 'Jaren aan het wachten'.