De slangegodin


• Albumnummer: 169
   Scenario: Jan Ruysbergh
   Tekeningen: Edwin Wouters   Inkter: Edwin Wouters
        ⤷ Decor: Karel Boumans

• Publicatiedatum: 1992

• Aantal pagina's: 48


Om wat geld bij te verdienen gaan Jommeke, Filiberke en de Miekes auto’s wassen. Een auto met een afbeelding van een slang op het kofferdeksel mag niet gewassen worden van de nogal vreemde eigenares. Wanneer Teofiel naar zijn werk gaat, verneemt hij dat er een bankoverval heeft plaatsgevonden. Intussen koopt Filiberke, met zijn verdiende geld, walkie‑talkies. Hij komt langs de bewuste auto met de slang op het kofferdeksel. De achterdeur is los. Hij snuffelt in de wagen en ontdekt juwelen én een echte slang. De eigenares sluit hem op in de wagen en ontvoert hem. Jommeke, de Miekes en professor Gobelijn vinden de vluchtauto. Als spoor ontdekken ze dat Filiberke naar het Amazonewoud in Brazilië moet zijn gebracht. Jommeke en zijn vrienden vertrekken snel richting Zuid‑Amerika. Na enig zoekwerk vinden ze de dame, als slangengodin, omringd door haar dieren. Jommeke en zijn vrienden worden gevangen genomen en door slangen bewaakt. De slangengodin blijkt een dievegge die zich verrijkt door banken te plunderen en geheime dossiers te verkopen aan vreemde mogendheden. Met hulp van apen en papegaaien kunnen Jommeke en zijn vrienden ontsnappen en het gouden afgodsbeeld meenemen. De slangengodin probeert zich nog te verdedigen, maar wordt zelf door een slang gebeten. Ze wordt gevangen genomen en de bende keert huiswaarts.