Filiberke wil schilder worden. Het tuinhuis wordt zijn atelier. Samen met Jommeke gaat hij naar een kunstveiling. Per ongeluk wordt een schilderij van hem geveild alsof het een Picasso was. Maar alles draait uiteindelijk uit op een sisser. Op de rommelmarkt zet Filiberke zijn schilderijen te koop. Een dief plaatst een gestolen schilderij tussen die van Filiberke. Nadat de politie weg is, komt de nogal raar uitziende man — Oskaar — om zijn schilderij terug. Alles is echter verkocht. De opdrachtgeefster van Oskaar is razend. Oskaar krijgt de opdracht Filiberke bij haar te brengen. Een eerste poging mislukt. Met de hulp van Pablo, het zoontje van de opdrachtgeefster, lukt het echter wel. Filiberke moet de jongen helpen vervalsingen te schilderen. Jommeke en de Miekes gaan naar een Picassotentoonstelling. Daar zien ze Oskaar opnieuw. Flip volgt hem en ontdekt zo waar Filiberke gevangen wordt gehouden. Marie heeft op de rommelmarkt de gestolen Picasso gekocht. ’s Nachts krijgen ze bezoek van Oskaar, maar hij wordt opgewacht en overmeesterd. Een eerste poging om Filiberke te bevrijden mislukt. Bij een tweede poging lukt het wel en kunnen de boosdoeners tot overgave worden gedwongen. Tot slot krijgt Flip ook nog de schilderskriebels te pakken.