Bij professor Gobelijn is het één en al rommel. Jommeke, Filiberke en de Miekes beginnen aan een grote schoonmaakbeurt. In een boek dat uit een rek is gevallen, leest Jommeke iets over de legende van het zingende moeras. Wanneer ze wat later in een Chinees restaurant gaan eten, schrikt de ober wanneer hij iets hoort over het zingende moeras. De ober vertelt een verhaal over moerasgeesten. Met z’n allen vertrekken ze naar China. Na enig onderzoek volgen ze de dorpspriesteres, die zich vreemd gedraagt. Ze geraken haar spoor kwijt. Terug in het dorp blijkt er een kind verdwenen te zijn. Jommeke en Filiberke varen met een bootje het moeras in en horen daar een gezang. Flip ontdekt dat het gezang uit luidsprekers komt. Wat verder vinden ze op een eilandje een geheime gang. Ook de verdwenen kinderen worden gevonden: ze moeten als slaven in een goudmijn werken. De kinderen krijgen drugs toegediend. Wanneer de dorpspriesteres vier kinderen naar het moeras brengt, neemt Filiberke de plaats in van één van hen. In de grot mengt Filiberke een poeder, dat Gobelijn heeft gemaakt, in de drugvloeistof. De kinderen, die niet langer willoos zijn, komen in opstand en de priesteres en haar handlanger kunnen worden ontmaskerd.
De goudvoorraad komt voortaan ten goede aan het dorpje.