Filiberke vindt op het marktplein een mand. In de mand blijkt een cobra te zitten. Hij neemt de mand mee naar huis. Wanneer Charlotte zijn kamer wil opruimen, ontsnapt de slang. Met wat fluitspel krijgt Filiberke de cobra weer in de mand. Een Indiër merkt dit op. Wat later staan er enkele Indiërs in Zonnedorp om de cobra én Filiberke te komen halen. De koning van een klein landje heeft hem nodig. Samen met Filiberke gaan ook Jommeke en professor Gobelijn op expeditie. De koning doet zijn verhaal: omdat de slang nu naar Filiberke luistert, is híj degene die moet helpen het beeld van de beschermgod van de koninklijke familie terug te vinden. De cobra is de enige die weet waar het zich bevindt. Maar een spionne ligt op de loer. Jommeke, Filiberke, de prinses en Gobelijn vatten hun tocht aan. Een Indische jongen wordt hun gids. Een oude slangenbezweerder kan worden bevrijd en brengt hen naar de tempel waar het beeld zich bevindt. Wanneer ze met het beeld uit de tempel komen, worden ze door tegenstanders van de koning opgewacht en gevangen genomen. Bardar, de grote tegenstander van de koning, roept zichzelf uit tot nieuwe koning. Het volk wil echter dat hij de cobra laat dansen. Wanneer Filiberke de cobra laat dansen, wordt de verrader afgevoerd en kan de oude koning zich weer op de troon begeven.