De begijntjes krijgen een brief van de gemeente. Ze moeten een maandelijkse bijdrage storten voor hun verblijf in het begijnhof. De begijntjes verkopen een aantal spullen en richten een fanfare op om aan het nodige geld te geraken. Jommeke en Filiberke gaan informeren bij de burgemeester om te weten wat er precies aan de hand is. Met de burgemeester is blijkbaar iets mis. Op het gemeentehuis zijn ook enkele ongure figuren aanwezig. John Beton, een onguur element, wil de begijntjes op straat zetten om op de plaats van het begijnhof een luxe hotel met casino te bouwen. Om de burgemeester onder druk te zetten heeft hij diens dochter ontvoerd. Jommeke en Filiberke schieten de begijntjes te hulp wanneer ook nog eens het door hen verzamelde geld wordt gestolen. Hieroniemus komt langs en gaat samen met Flip Mataboe halen. Professor Gobelijn blijkt zich op het eiland wat te ontspannen. Met de vliegende bol keren ze terug. Wanneer ze in Zonnedorp aankomen, is een afbraakploeg al begonnen met de sloop van het begijnhof. Mataboe moeit zich even met de afbraakwerkers en het slopen wordt stopgezet. John Beton wordt uitgeschakeld en zo is het begijnhof gered. De dochter van de burgemeester wordt bevrijd en besluit in het klooster te treden, omdat ze toch geen geschikte man kan vinden.