Jommeke en Filiberke zoeken professor Gobelijn op, en die blijkt aan een rustpauze toe. Ze trekken naar het Zwarte Woud. Tijdens een wandeling ontdekken ze een standbeeld van een kraai. Een oud vrouwtje waarschuwt hen voor het gevaar van de Kraaienburcht. De volgende dag gaan Jommeke en Filiberke op onderzoek. Eens bij de burcht verschijnt het oude vrouwtje opnieuw. Even later komen ook de Miekes en Gobelijn bij de burcht aan. Bij toeval ontdekken ze een geheime gang. In de burcht merken ze een aantal verklede mannen met kraaienmaskers op. Jommeke gaat alleen verder op onderzoek en ontdekt dat het oude vrouwtje, via een verdovend middel, in de macht is van de kraaienmannen. Wat later worden Jommeke en zijn vrienden ontdekt en gevangen genomen. Gelukkig is Flip er nog, en ontsnappen is geen al te groot probleem. Er komt zelfs hulp van een van de kraaienmannen: het blijkt een meisje te zijn. Ze heet Gitte en is de kleindochter van het oude vrouwtje. Jommeke krijgt een vermoeden. Met z’n allen gaan ze terug richting Kraaienburcht. Eenmaal daar wordt alles snel duidelijk: het plan om de bewoners uit het dorp weg te jagen en zo een schat te bemachtigen, is mislukt. Intussen weet de politie de booswichten in te rekenen. De Kraaienburcht zal worden omgebouwd tot een hotel, en de schat blijft waar ze is.