Jommeke en Filiberke gaan even langs bij professor Gobelijn. Deze blijkt echter niet thuis te zijn. Via een openstaand raam geraken ze binnen. Nergens een spoor van Gobelijn — alleen een vreemde krant. Al snel wordt duidelijk dat er in de buurt van Paradijseiland iets aan de hand is. Samen met Jan Haring varen ze richting Paradijseiland. Eens ter plaatse gaat Flip op onderzoek, en hij doet een verrassende ontdekking: op een van de buureilanden zitten vreemde dieren. Jommeke, Filiberke en Flip gaan op onderzoek. Flip wordt al snel gevangen genomen door handlangers van twee genieën die op het eiland vreemde experimenten uitvoeren. Wat later wordt ook Jommeke gevangen genomen. Filiberke slaagt erin om Jommeke én de professor, die eveneens op het eiland gevangen zit, te bevrijden. Flip heeft zichzelf intussen kunnen bevrijden. Met z’n allen trekken ze nu ten strijde tegen de bende malloten. Het komt zelfs tot een kleine zeeslag tussen het schip van Jan Haring en dat van de malloten. Het schip van de bende loopt op de rotsen en zinkt. De boosdoeners worden opgepikt en gedropt op een buureiland van Paradijseiland.