Professor Gobelijn komt op een eiland terecht na wat kapriolen met de vliegende bol. Daar ontmoet hij een holbewoner. Terug in Zonnedorp doet hij zijn verhaal aan Jommeke. Wanneer het eiland geteisterd wordt door een vulkaanuitbarsting, vertrekken ze meteen om de holbewoner te redden. Eens terug in Zonnedorp loopt er opnieuw van alles mis door het vreemde gedrag van de holbewoner. In de tuin van Gobelijn wordt intussen een prehistorisch onderkomen gebouwd. Langzamerhand leert de holbewoner een enigszins verstaanbare taal spreken. Na een tijdje heeft Gobelijn een eilandje in de Stille Zuidzee gevonden waar de holbewoner een nieuw onderkomen kan krijgen. Daar vindt hij ook meteen een liefje: Djeen.