Filiberke neemt — tot enig ongenoegen van zijn omgeving — het op voor de planten. Hij wil hun leed verzachten. In een tuincentrum krijgt hij een vleesetende plant, een venusval, cadeau. De plant is immers niet bepaald klantvriendelijk. Samen met Jommeke zoekt hij professor Gobelijn op om te leren hoe hij het best voor zijn plant kan zorgen. Filiberke helpt de professor bij het ontwikkelen van een plantengroeimiddel. Wanneer een krantenartikel over dit middel verschijnt, gaan de poppen aan het dansen. Gobelijn en Filiberke worden — in opdracht van een frietbaron — ontvoerd. De frietbaron wil immers superfrieten op de markt brengen. Intussen heeft het plantengroeimiddel zijn uitwerking niet gemist: de woning van de professor is volledig overwoekerd door superplanten. Na verloop van tijd blijkt het groeimiddel uitgewerkt en sterven de planten af. Ondertussen stellen Jommeke, Flip en de Miekes alles in het werk om hun vrienden te bevrijden. Met de hulp van een tot inkeer gekomen handlanger van de frietbaron — en een beetje plantengroeimiddel — slagen ze er, na enkele bange momenten, in om de beruchte frietbaron onschadelijk te maken en hem door de politie te laten inrekenen. Tot slot laat Filiberke, met een restant van het groeimiddel, het gazon van zijn vader nog eens extra groeien.