In een oude fabriek, niet ver van Zonnedorp, vinden vreemde experimenten plaats. Ook professor Gobelijn is er druk bezig — zo druk zelfs dat hij niet meer tot rust komt. Om dit probleem op te lossen maakt hij een breinparkeerapparaat. Zijn herseninhoud tapt hij over naar het apparaat, met als gevolg dat hij eindelijk rustig kan slapen. Wanneer Filiberke hem enige tijd later slapend aantreft en een geschreven boodschap van Gobelijn leest, komt hij op het idee om de geleerdheid van de professor naar zijn eigen hersenen over te brengen. Filiberke verbaast dan ook iedereen met zijn plotse geleerdheid — én met de verstrooidheid die hij erbij cadeau krijgt. Jommeke vindt dit alles maar vreemd. Wanneer Filiberke hem de waarheid vertelt, luistert een vreemde figuur alles af: professor Modest Helleborus. Hij steelt het apparaat bij Gobelijn en ontvoert Filiberke. Uit Filiberkes hoofd tapt hij de geleerdheid van Gobelijn over naar zijn eigen hersenen. Wanneer Filiberke, gegijzeld door de boze professor, weer bij zijn positieven komt, kan hij via een gsm een door hem eerder gemaakt robotje bereiken. Het robotje komt hem bevrijden. Samen met Jommeke en Flip gaat hij in een zelfgemaakt vliegend tuig, Ipsilon genaamd, op zoek naar de boze professor. Intussen proberen Annemieke en Rozemieke professor Gobelijn opnieuw één en ander aan te leren, want hij is al zijn geleerdheid kwijt. Jommeke probeert de hulp in te roepen van andere professoren, maar professor Helleborus probeert deze geleerden uit te schakelen. Uiteindelijk slagen Jommeke en Filiberke — na halsbrekende toeren op het Brusselse Atomium — erin om het breinparkeerapparaat te bemachtigen en de boze professor door de politie te laten inrekenen. Gobelijn en de andere geleerden krijgen hun brein weer terug.