Professor Gobelijn krijgt gedurende een paar dagen het bezoek van zijn collega professor Dobbelman en diens kinderen, met bijbehorende kinderjuf en lijfwachten. De eerste dag worden in Zonnedorp, onder de ogen van Jommeke en Filiberke, de kinderen van professor Dobbelman het slachtoffer van een kidnapping. Gelukkig kunnen Jommeke, Filiberke, Flip en Pekkie er een stokje voor steken en de Dobbelmannetjes weer bij hun vader afleveren.De volgende dag gaan de Dobbelmannetjes, Doby en Doky, op zoek naar hun redder Jommeke. Net voor ze bij hem aankomen, worden ze ontvoerd door twee ongure figuren. Flip slaagt erin de schuilplaats van de ontvoerders te achterhalen en tevens de kinderen van hun boeien te bevrijden. Jommeke en zijn vrienden slagen er opnieuw in om de kinderen in vrijheid te krijgen. Enige tijd later krijgt Jommeke een telefoontje van Gobelijn om even langs te komen. Daar verneemt hij dat ze uitgenodigd zijn bij de familie Dobbelman. Een week later vertrekken de professor, Jommeke, Flip en Filiberke richting Amerika. Bij hun aankomst vernemen ze dat de kinderen reeds twee dagen vermist zijn. Bovendien eisen de kidnappers, via een telefonische boodschap, dat professor Dobbelman de geheime plannen van zijn laatste uitvinding prijsgeeft, met daarbovenop nog een pak dollars. Jommeke en zijn vrienden zetten meteen een tegenoffensief in. Al snel komen ze erachter dat de vroegere kinderjuf en de lijfwachten deel uitmaken van een bende die onder leiding staat van Big Boss. Met een list en een dosis geluk worden de boosdoeners uitgeschakeld en kunnen de kinderen weer huiswaarts keren, waar tot slot een feestje wordt gebouwd.