Kwak en Boemel hebben een klein meningsverschil. Boemel wil even tot rust komen en trekt het bos in. Daar ziet hij een verdrietig roze olifantje. Hij besluit het diertje mee te nemen om het samen met Kwak te verzorgen. Jommeke en Filiberke, die in de buurt waren, vinden zo’n roze olifantje toch maar een raar verschijnsel. Ze helpen wel Kwak en Boemel om voor het olifantje te zorgen. Al snel komt er een idee om een circusnummer in elkaar te steken, met het olifantje in de hoofdrol. Enige tijd later is er een eerste optreden in de tuin bij de gravin van Stiepelteen. Van dan af is er alleen maar stijgend succes en grote vraag naar optredens. Het gaat zo goed dat Kwak en Boemel, met het verdiende geld van de optredens, zelfs een huis kunnen bouwen op de plaats van hun ondergrondse hol. Intussen zijn de echte eigenaars, een rijk koppel, erachter gekomen waar hun ontsnapte olifantje uithangt. Ze slagen erin om het diertje te ontvoeren. Jommeke en zijn vrienden zetten meteen een zoekactie op touw. Dankzij het intelligente olifantje, dat een bloemenspoor legt, zijn de ontvoerders snel opgespoord. Flip zorgt voor exacte gegevens om het olifantje te lokaliseren: een eilandje in de buurt van Madagaskar. Zonder veel hindernissen kunnen de boosdoeners — die er zelfs een hele kolonie roze olifanten op nahouden — ingerekend worden. Het eilandje wordt omgedoopt tot het natuurpark Olliland. Kwak en Boemel investeren hun verdiende geld in dit project en besluiten om toch maar terug in een ondergronds hol te gaan wonen.