Graaf Dondersteen


• Albumnummer: 239
   Scenario: Philippe Delzenne
   Tekeningen: Philippe Delzenne   Inkter: Phidel
        ⤷ Inkleuring: Agnes Nys

• Publicatiedatum: 2007 ↣ 5 september

• Aantal pagina's: 48


Professor Gobelijn is in de oerbossen van Canada op zoek naar het zeldzame klavertjezesentwintig. Plots staat hij oog in oog met een monster en slaat op de vlucht. Patat, de knecht van graaf Dondersteen, neemt hem vervolgens mee. Wanneer de rare graaf hoort dat Gobelijn een “professor-in-alles” is, laat hij hem meteen opsluiten in een laboratorium en verplicht hij hem om lood in goud te veranderen. Via zijn super-gsm brengt Gobelijn Jommeke op de hoogte. Deze laatste vertrekt meteen, samen met Flip en Filiberke, naar Canada. Intussen is Gobelijn erin geslaagd te ontsnappen. Helaas wordt hij snel weer gegrepen. Wanneer Jommeke en zijn vrienden informatie trachten te bekomen bij de inwoners van het laatste dorp voor het grote oerbos, worden ze gewaarschuwd voor de rare graaf, die met zijn experimenten heel wat onheil aanricht bij mens en dier. De boswachter — ook een slachtoffer van een mislukt brouwsel en daardoor volledig behaard — wil hen wel helpen. Na een tocht doorheen een vreemd landschap en na de ontmoeting met vreemde oerdieren komt het gezelschap aan bij het kasteel van de graaf. Flip is intussen spoorloos. Al snel wordt hun aanwezigheid opgemerkt en raken Filiberke en de boswachter, en wat later ook Jommeke, opgesloten. Gobelijn weet opnieuw te ontsnappen en vindt de kleine vliegende bol waarmee Jommeke naar Canada is gevlogen. Hij vermoedt dat zijn vrienden in de buurt van het kasteel moeten zijn en vliegt er meteen naartoe. Hij slaagt erin om Jommeke te bevrijden en even later zijn ook de anderen weer vrij, en ook Flip duikt opnieuw op. Professor Gobelijn zorgt voor een kruidenmiddeltje om de overdadige haargroei van de boswachter weer normaal te krijgen en dan gaan ze op zoek naar het klavertjezesentwintig. Wanneer ze dit vinden, keren ze snel huiswaarts. De getikte graaf doet nog wat experimenten met wat Gobelijn had bedacht en laat de boel — en bijna zichzelf — ontploffen.