Jommeke en Filiberke maken een tochtje met Fifi. Het eindigt al snel met een nat pak. Terug op het kasteel, om wat te drogen bij het haardvuur, horen ze van de gravin waar Fifi vandaan komt. Meteen krijgen ze ook te horen dat ze een opdracht zullen moeten vervullen. Jaarlijks organiseert de Noorse adellijke familie, waar Fifi en zijn drie broertjes zijn geboren, een wedstrijd. Het gaat om een trofee in de vorm van een gouden mand, die wordt uitgereikt aan de best afgerichte hond. De gravin wil deze trofee graag eens winnen met Fifi. Jommeke en Filiberke starten de training, maar het kost heel wat moeite vooraleer Fifi vorderingen maakt. Daarom wordt een gediplomeerd dierentemmer ingeschakeld. Die blijkt echter al snel slechte bedoelingen te hebben. Het hele gezelschap rond de gravin van Stiepelteen vertrekt vervolgens richting Noorwegen. Eens aangekomen in het geboorteland van Fifi ontmoeten ze ook de drie broers van Fifi en hun respectievelijke baasjes. Wanneer de bekwaamheidsproeven van start gaan, laat Fifi zich van zijn beste kant zien. Intussen duikt de dierentemmer opnieuw op. Hij hypnotiseert de vier honden en ontvoert hen. Gelukkig zorgt Flip ervoor dat Fifi kan ontsnappen. Jommeke en zijn vrienden nemen het meteen op tegen de ontvoerder. Een heldhaftige Fifi slaagt erin zijn broers te bevrijden. De dierentemmer geeft niet op, maar wordt uiteindelijk in een hinderlaag gelokt en aan de politie uitgeleverd. Fifi wordt beloond als grote overwinnaar en de trofee is binnen. Als extraatje krijgt hij de wafels die hij weet buit te maken van de kokkin van de Noorse baron en barones.