In de dichte mist dobbert Jan Haring met De Kuip rond in de buurt van Kaap Hoorn. Een plots opstekende storm werpt De Kuip op een ijsberg. Door dit gebeuren krijgt Jan Haring het gezelschap van twee pinguïns. Wanneer zijn schip wat later weer vrijkomt, zet hij koers naar de Noordpool. Enige tijd later komt hij aan bij de eskimogemeenschap, de Tuktutianen, en verblijft er een tweetal weken. De pinguïns blijven ter plaatse. Een jaar later heeft de kapitein Jommeke en zijn vrienden uitgenodigd om mee te reizen naar het eiland Tuktut. Bij aankomst wordt Choco meteen de held van de dag nadat hij een eskimojongetje uit het koude zeewater redt. Het weerzien van Jan Haring en de pinguïns is bijzonder hartelijk. Blijkt dat de mannetjespinguïn, Amorok genaamd, over een speciale gave beschikt en dat de eskimo’s hem daarvoor de titel van keizer hebben gegeven. Hij demonstreert zijn gave meteen door de voorspelling van een gevaarlijke ijsbeer perfect te laten kloppen. Jommeke en zijn vrienden vermaken zich uitstekend in de omgeving van sneeuw en ijs. Niksik, de vriendin van Amorok, merkt wat later een vliegtuig op. Snel wordt duidelijk dat Herbert von Humboldt, een nakomeling van een beruchte zeerover, de schat van zijn voorvader wil bemachtigen. Hij heeft daarvoor wel de hulp van een oranje pingu-pinguïn nodig. Hij slaagt er vrij vlug in om Niksik te ontvoeren. Het duurt even voor alles duidelijk wordt, ondanks de verwoede pogingen van de eskimomedicijnman, maar eens het verhaal helder is probeert Jommeke de hulp van professor Gobelijn in te schakelen. Deze laatste is eens te meer verstrooid en stuurt Bert, de vader van de Miekes, richting Tuktut. Een dag later blijkt ook Amorok verdwenen te zijn. Een zoektocht levert niets op. Door toeval komt Amorok bij Herbert von Humboldt terecht, die hem meteen opsluit. Via een stuk oud krantenpapier komen Jommeke en zijn vrienden de pinguïns weer op het spoor. Een knecht van Herbert doet onder dwang het hele verhaal van de fabelachtige schat die zijn baas zoekt uit de doeken. Intussen is Herbert erin geslaagd de schat daadwerkelijk te vinden. Wanneer Bert en Choco zich als geesten voordoen, kunnen de handlangers van Herbert worden verjaagd en wordt hijzelf snel bij de lurven gevat. Hij toont het nodige berouw en schenkt zelfs het eilandje waar de schat zich bevindt aan het verliefde koppeltje pinguïns.