Door allerlei lawaai kan Filiberke de slaap niet vatten. ’s Morgens is hij helemaal niet fris. Hij onderneemt een zoektocht naar manieren om te ontsnappen aan alle mogelijke geluiden rondom hem. Wanneer Jommeke en de Miekes in zijn buurt muziek proberen te spelen, wordt het hem echt te veel. Hij gaat op ontdekkingstocht naar het stilste plekje van het land. Jommeke en de Miekes komen nu ook tot de conclusie dat er eigenlijk best veel lawaai weerklinkt. Wat later, bij professor Gobelijn, maken ze kennis met een andere professor: Dédé Sibel. De twee professoren hebben een nieuwsoortige geluidsmeter gebouwd met als opvallend element een reusachtig oor. Gewapend met het toestel wordt Filiberke opgezocht en gaan ze met z’n allen op zoek naar de meest stille plek. Wat later, midden in een bos, plant Filiberke zijn vlag om aan te geven dat ze het gevonden hebben. Plots weerklinkt een oorverdovend gebulder. Ze blijken zich op een militair domein te bevinden. Filiberke wordt zelfs beschoten. Wat dramatisch lijkt af te lopen, wordt plots zeer aangenaam: de afgevuurde kogel klapt open en vuurt een chocoladebommetje af dat in de mond ontploft. Na dit avontuurtje bij de chocoladesoldaten trekken ze weer verder. Een nieuw stil plekje wordt gevonden en Filiberke doopt het om tot Filand: totale stilte. Even later duiken de twee professoren op in een houten voertuig. Het wagentje blijkt een nieuw soort batterij te hebben die zijn energie haalt uit de menselijke stem. Deze batterijtoepassing wordt doorgevoerd naar apparaten binnen Zonnedorp en de fameuze Gosibelbatterij laat alles op geluid werken. De baas van het grote elektriciteitsbedrijf is hierover niet tevreden en pleegt overleg met sjeik Al‑Ben‑Zin. Enige tijd later merkt Flip een vreemde man op bij het domein van Gobelijn. Hij verwittigt Jommeke en die loopt met Filiberke langs bij de professor. Flip was al eerder aangekomen en wordt daar op bruuske wijze gevangen genomen en ontvoerd door Carlos dela Rubarbos. Jommeke en Filiberke doen een verontrustende vaststelling: bij Gobelijn is alles overhoop gehaald en er is geen enkel spoor van de professor en Flip. Een camera blijkt een en ander te hebben gefilmd en Prospeer weet alles op de tv afspeelbaar te krijgen. Snel wordt duidelijk dat Carlos naar een geheime plaats voor de Normandische kust is vertrokken. Hij heeft eerst nog een onderhoud gehad op het elektriciteitsbedrijf en daar geld afhandig gemaakt. Wanneer Jommeke en Filiberke ook langs het elektriciteitsbedrijf komen, begrijpen zowel de baas als de aanwezige Al‑Ben‑Zin dat Carlos hen bestolen heeft. Het plan om samen te werken en naar de Normandische kust te vertrekken krijgt meteen vorm. Bij Jommeke thuis komt echter een brief toe waarin staat dat Jommeke zich alleen moet aanbieden bij Carlos, anders zal Flip het niet overleven. Jommeke wordt bij een vuurtoren, door een soldaat van het chocoladeleger, aan wal gezet. Wat later duikt Carlos met zijn duikboot op en Jommeke wordt meegenomen. Wat Carlos niet weet, is dat Jommeke via een minuscule zender‑ontvanger in contact blijft met Filiberke. Jommeke wordt opgesloten in een kamertje bovenin een rots die de vorm van een breinaald heeft. Met een list weet hij te ontsnappen en wat later slaagt hij er, met militaire hulp, in om Carlos buitenspel te zetten. Ook Flip en de professoren worden snel weer vrij. Carlos wordt afgevoerd richting gevangenis en Al‑Ben‑Zin gaat samenwerken met de elektriciteitsmaatschappij. De professoren krijgen als eerbetoon een standbeeld in de stad. Filiberke dreigt echter opnieuw een slapeloze nacht te krijgen door kattengejank. Hij lost dit simpel op via de Gosibelbatterij, een schoteltje melk, de lawaaimakende kat en een computermuis.