De palmnootjes van Flip zijn op. Samen met Jommeke gaat hij naar de dierenspeciaalzaak. Daar maakt Flip kennis met Poe, een vrij troosteloze roodstaartpapegaai. Flip weet de handelaar te overtuigen om hem te laten gaan en met al zijn charme weet hij ook Marie en Teofiel te overtuigen om de papegaai in huis toe te laten. Al snel wordt via het verhaal van Poe duidelijk dat er op het eiland waar hij vandaan komt massaal papegaaien worden gevangen. De soort is bedreigd met uitsterven als dit nog even doorgaat. Wanneer Poe voldoende op krachten is gekomen, vertrekt hij samen met Flip, Jommeke en Filiberke naar zijn thuisland, het eiland Toré. Eens op het eiland slaagt Flip erin om informatie te verzamelen rond de papegaaienvangers en zo snel hun hoofdkwartier te vinden. De daaropvolgende nacht slagen Jommeke en zijn vrienden erin een groot aantal gevangen papegaaien te bevrijden. Er wordt ook besloten om de papegaaienhandel een halt toe te roepen. Een eerste stap is het losmaken van de grote vangnetten die tegen steile rotsen zijn opgehangen. Door ze in de diepte te laten vallen, worden ze buiten dienst gesteld. De papegaaienvangers hebben al snel door dat de bontgekleurde papegaai die ze gezien hebben hier iets mee te maken moet hebben. Jommeke lanceert het plan om met alle papegaaien de stropers aan te vallen. Wanneer de netten weer worden opgehangen, wordt de aanval uitgevoerd en de papegaaienvangers belanden met z’n allen in het water. Jammer genoeg wordt Flip wat later gevangen genomen en behoorlijk hardhandig aan de tand gevoeld. Met de hulp van een aantal roodstaartpapegaaien weet Jommeke de boze mannen af te leiden en zijn beste vriend te bevrijden. Een dag later verzamelen de papegaaienvangers bij de kust met het plan hun belagers onschadelijk te maken. Bij de rotsen is weinig mogelijkheid om zich te verstoppen. Maar een zwerm papegaaien gaat tot de aanval over en opnieuw liggen ze met z’n allen in het water. De stropers worden, eens terug aan land, de les gespeld en voor straf een aantal dagen in een grote kooi opgesloten zodat ze kunnen nadenken over het beteren van hun leven. Ze komen tot inkeer en beloven palmnoten te gaan kweken ten behoeve van papegaaien. De vrije en blije roodstaartpapegaaien wuiven Jommeke, Filiberke en Flip uit wanneer ze tevreden richting Zonnedorp vertrekken met de vliegende bol.