TaalgebruikSpellingregels Kwak en Boemel

Achtergrond

De hierna uitgewerkte spellingregels betreffen de taalomschrijving van Kwak en Boemel zoals ze destijds door Jef Nys werden toegepast. Na 2010 worden bepaalde regels minder of zelfs niet meer gebruikt. De regelnummers waar hoofdzakelijk mee gewerkt wordt zijn dan 'Regel 1' bij Kwak en voor Boemel de regels '1, 2, 3, 5 en 7'.

En ze hebben het van geen vreemden... hun moeders spreken het ook allemaal zo uit. Je zou het een dieventaaltje of ondergronds taaltje kunnen noemen.

Te pijte eren un daal iz tog frij choet te ferztaan.

Kwak-taal

Regels Omschrijving & Voorbeelden
Regel 1 Bij een woord dat begint met een klinker en bij een tweede woorddeel waarbij als eerste letter een klinker staat, plaatst hij steeds de letter H/h.
Voorbeelden: ik wordt hik, daarin wordt daarhin.
Regel 2 In een samengesteld woord waarin zich een lange klank bevindt plaatst hij eveneens een 'h' voor de klinker van het tweede deel.
Let op: Deze regel wordt slechts sporadisch toegepast, dus niet op alle samengestelde woorden.
Voorbeelden: stilaan wordt stilhaan, maïsolie wordt maïsholie.
Regel 3 Bij woorden die beginnen met een 'H/h' en bij woorden met een 'h' in hun samenstelling laat hij deze weg.
Voorbeelden: heeft wordt eeft, geheime wordt geëime.

Boemel-taal

Regels  Omschrijving & Voorbeelden
Regel 1 Een 'b' wordt een 'p'.
Voorbeelden: een boom wordt een poom, ik ben wordt ik pen.
Regel 2 Een 'p' wordt een 'b'.
Voorbeelden: stoppen wordt stobben, pakken wordt bakken.
Regel 3 De letter 'v' spreekt hij uit als een 'f'.
Voorbeelden: een vaas wordt een faas, vlug wordt flug.
Regel 4 De letter 'f' wordt een 'v'.
Let op: Deze regel wordt slechts sporadisch toegepast.
Voorbeelden: fles wordt vles, flink wordt vlink.
Regel 5 De 'd' verandert in een 't'.
Voorbeelden: doodgewoon wordt tootgewoon, drie wordt trie.
Regel 6 De 't' wordt een 'd'.
Let op: Zeer beperkt gebruikt, vooral in het eerste deel van de reeks.
Voorbeelden: water wordt wader, Anatool wordt Anadool.
Regel 7 Een 'z' wordt een 's'.
Voorbeelden: zoeken wordt soeken, gezwollen wordt geswollen.
Regel 8 Een 's' wordt een 'z'.
Let op: Zeer beperkt gebruikt, vooral in het eerste deel van de reeks.
Voorbeelden: snel wordt znel, solfer wordt zolfer.
Regel 9 Een 'g' wordt 'ch'.
Let op: Hoofdzakelijk in de eerste helft van de reeks sporadisch gebruikt.
Voorbeelden: grote wordt chrote, geluk wordt cheluk.
Regel 10 De 'ch' wordt 'g'.
Let op: Hoofdzakelijk in de eerste helft van de reeks sporadisch gebruikt.
Voorbeelden: gebruik wordt chebruik, eigenlijk wordt eichenlijk.
Regel 11 Zelfstandige naamwoorden krijgen als laatste letter bij voorkeur ook een 't' als er een 'd' staat.
Let op: Hoofdzakelijk in de eerste helft van de reeks sporadisch gebruikt.
Voorbeeld: mand wordt mant.
Regel 12 Bij voltooide deelwoorden blijft de laatste letter behouden. Het wordt iets moeilijker wanneer verschillende regels in één woord worden toegepast.
Voorbeelden: bibbervent wordt pipperfent, professor wordt brovezzor.