SPELLINGREGELS

Kwak-taal

Regel 1
Bij een woord dat begint met een klinker en bij een tweede woorddeel waarbij als eerste letter een klinker staat, plaatst hij steeds de letter H/h.

Voorbeelden: ik wordt hik; daarin wordt daarhin.

Regel 2
In een samengesteld woord waarin zich een lange klank bevindt plaatst hij eveneens een 'h' voor de klinker van het tweede deel.
Let op: deze regel wordt slechts sporadisch toegepast, dus niet op alle samengestelde woorden.

Voorbeelden: stilaan wordt stilhaan; maïsolie wordt maïsholie.

Regel 3
Bij woorden die beginnen met een 'H/h' en bij woorden met een 'h' in hun samenstelling laat hij deze weg.

Voorbeelden: heeft wordt eeft; geheime wordt geëime.


Boemel-taal

Regel 1
Een 'b' wordt een 'p'.

Voorbeelden: een boom wordt een poom; ik ben wordt ik pen.

Regel 2
Een 'p' wordt een 'b'.

Voorbeelden: stoppen wordt stobben; pakken wordt bakken.

Regel 3
De letter 'v' spreekt hij uit als een 'f'.

Voorbeelden: een vaas wordt een faas; vlug wordt flug.

Regel 4
De letter 'f' wordt een 'v'.
Let op: deze regel wordt slechts sporadisch toegepast, dus niet op alle woorden.

Voorbeelden: fles wordt vles; flink wordt vlink.

Regel 5
De 'd' verandert in een 't'.

Voorbeelden: doodgewoon wordt tootgewoon; drie wordt trie.

Regel 6
De 't' wordt een 'd'.
Let op: deze regel kent een zeer beperkt gebruikt, vooral in het eerste deel van de reeks albums.

Voorbeelden: water wordt wader; Anatool wordt Anadool.

Regel 7
Een 'z' wordt een 's'.

Voorbeelden: van zoeken maakt hij soeken; gezwollen wordt geswollen.

Regel 8
Een s wordt een z.
Let op: deze regel kent een zeer beperkt gebruikt, vooral in het eerste deel van de reeks albums.

Voorbeelden: snel wordt znel; solfer wordt zolfer.

Regel 9
Een 'g' wordt 'ch'.
Let op: deze regel werd hoofdzakelijk in de eerste helft van de reeks albums sporadisch gebruikt.

Voorbeelden: grote wordt chrote; geluk wordt cheluk.

Regel 10
De 'ch' wordt 'g'.
Let op: deze regel werd hoofdzakelijk in de eerste helft van de reeks albums sporadisch gebruikt.

Voorbeelden: gebruik wordt chebruik; eigenlijk wordt eichenlijk.

Regel 11
Zelfstandige naamwoorden krijgen als laatste letter bij voorkeur ook een 't' als er een 'd' staat.
Let op: deze regel werd hoofdzakelijk in de eerste helft van de reeks albums sporadisch gebruikt.

Voorbeeld: mand wordt mant.

Regel 12
Bij voltooide deelwoorden blijft de laatste letter behouden.
Het wordt natuurlijk iets moeilijker wanneer verschillende regels in één woord worden toegepast.

Voorbeelden: zo wordt bibbervent pipperfent; professor wordt brovezzor.