Een nieuwsgierige toerist tuimelt in een grot in het Australische Oeloeroegebergte. Hij vindt er een prachtige boemerang. Enige tijd later is hij op de luchthaven, waar ook Elodie van Stiepelteen en Odilon van Piependale klaarstaan om te vertrekken na een reis doorheen het land van de Aboriginals. Door toeval wordt de koffer van Odilon verwisseld met die van de toerist en zo komt de gestolen boemerang uiteindelijk in Zonnedorp terecht. Zowel bij Odilon als bij de toerist is de verbazing groot wanneer ze merken dat ze een foute reiskoffer in hun bezit hebben. Omdat er geen adresgegevens op de koffers staan, stelt Odilon zich tevreden met de echte boemerang en hoopt hij dat de andere persoon zijn plastieken exemplaar ook kan appreciëren. Wanneer Jommeke en zijn vrienden langskomen, krijgen ze allemaal een cadeautje. Jommeke krijgt de mooie boemerang. Wanneer de boemerang tegen een boom aanvliegt, springt hij open in twee delen. Aan de binnenzijde wordt een soort geheime code zichtbaar. Professor Gobelijn weet de code wat later te ontcijferen: “HET GELUK IS TE VINDEN IN DE BUIDEL VAN DE KANGOEROE. ALLEEN HIJ DIE ZUIVER VAN HART IS EN GOEDE BEDOELINGEN HEEFT, ZAL OOIT IN HET BEZIT KOMEN VAN DE SLEUTEL TOT DE OESTERPARELSCHAT!” Met de vliegende bol vertrekken professor Gobelijn, Odilon, Jommeke, Flip en Filiberke richting Australië. Wanneer Filiberke zijn didgeridoo in een rotsholte steekt en erop blaast, weerklinkt een vreemd geluid dat kilometers ver te horen is. Boabab de Witte, een clanhoofd van de Aboriginals, begeeft zich meteen naar de Oeloeroerots. Wat later ontmoet hij Jommeke en zijn vrienden daar en is aangenaam verrast: Jommeke blijkt de uitverkorene te zijn. Hij brengt iedereen naar de droomgrot en zoekt contact met de geest van zijn voorvader. Vervolgens maakt hij een muurtekening die bewijst dat hij inderdaad de juiste persoon is. Wumbuluru wordt zijn persoonlijke rotsgeest en zal hem leiden. Wanneer Jommeke en Filiberke wat later verkoeling zoeken in een waterpoel, zorgt de reuzenschildpad — hun begeleider — voor het opduiken van een wandelstok met kangoeroehoofd. Intussen zijn professor Gobelijn en Odilon op weg naar de vliegende bol om drinken te halen. Onder de loden zon krijgen Jommeke, Flip en Filiberke het al snel zwaar door gebrek aan water. Gelukkig lukt het Jommeke om een apenbroodboom met een puntige tak water te laten produceren, zodat iedereen weer op krachten komt. Uiteindelijk komen ook de professor en Odilon met de vliegende bol bij hun vrienden aan. Meteen wordt de zoektocht naar de Gangurru Farm ingezet — de wandelstok had immers deze naam als inscriptie. John, de eigenaar van de farm, geeft hen onderdak en luistert naar hun verhaal, maar hecht weinig geloof aan de beweringen rond de rotsgeest. Via een geestoproeping proberen ze hem te overtuigen en Jommeke krabbelt iets op een stuk papier. In de nacht die volgt bekijkt John de tekening en herkent er de kangoeroerots in. Plots krijgt hij toch een voorgevoel en begint hij te dromen van een fabelachtige schat. Hij gaat op onderzoek. De volgende ochtend vertrekken ze allen, in gezelschap van John, naar de kangoeroerots. Op de rotswand vinden ze een boodschap die met behulp van Gobelijns codesleutel snel ontcijferd kan worden: “OP MIJN LINKERPOOT, BIJ VOLLE MAAN OM MIDDERNACHT BEN JE DICHTER BIJ HET GELUK!” De volgende nacht, bij volle maan, tekent zich een kangoeroeschaduw af tegen de rotswand. Ter hoogte van de kangoeroebuidel is een spleet in de rots. Flip gaat op onderzoek en meldt meteen dat de oesterparelschat van Kirimbir er ligt te blinken. Plots duikt John op met vier ongure figuren. Jommeke, Flip en professor Gobelijn worden overmeesterd en met een pick‑uptruck weggevoerd. De volgende ochtend stellen ze vast dat ze opgesloten zitten in een boababboom, maar dat er wel een hele voorraad proviand aanwezig is. Ook een boodschap werd achtergelaten: ze zullen pas na vier maanden worden vrijgelaten. Via een pelikaan lukt het Flip om te ontsnappen en hulp te zoeken. Odilon, die niet mee was op het nachtelijke avontuur, stelt alles in het werk om zijn vrienden te vinden en te bevrijden — met succes. Jommeke neemt vervolgens geestelijk contact op met Wumbuluru. Boabab de Witte schiet meteen te hulp. Jommeke wordt door hem in de imunga (droomplek) in trance gebracht. Hij tekent allerlei figuren op de rotswand en de link naar speelgoed met daarin verborgen parels wordt snel gelegd. Met spoed vliegen ze naar de haven, halen alle parels uit het speelgoed en vervangen ze door springballetjes. John beseft wat later dat hij bij de neus is genomen. De verschillende clanhoofden, door Boabab de Witte opgetrommeld, verkeren in feeststemming. Jommeke en zijn vrienden keren nog even terug naar de Oeloeroerots en stuiten daar op John. Hij wordt overmeesterd en mag in de gevangenisboom zijn straf uitzitten.
Jommeke heeft tot slot nog een speciale mededeling en opdracht voor de lezer van het album.