JEF NYS: DE GEESTELIJKE VADER VAN JOMMEKE... EN VELE ANDEREN

Jozef Nys werd geboren op 30 januari 1927 te Berchem en overleed te Wilrijk op 20 oktober 2009.

Van in zijn prilste jeugd bleek dat het tekentalent hem in het bloed zat. Hij tekende op zowat alles wat hij in handen kreeg. Op zijn elfde, onder stimulans van zijn grootvader-meesterschilder, lieten zijn ouders hem starten met avondlessen in de gemeentelijke tekenschool van Berchem.Hij werd er dé revelatie.
Na zijn lagere school startte hij in de Vak- en nijverheidsschool te Borgerhout waar zijn interesse vooral uitging naar wetenschappen en wiskunde. Daarnaast was hij ook al snel bekend voor zijn tekentalent en dat niet alleen binnen de tekenlessen. Hij zette rake karikaturen van leerlingen en leraars op papier. Het leverde hem zelfs een zakcentje op. De combinatie van dag- en avondschool lag hem net iets te zwaar en na drie jaren stopt hij met de avondlijke tekenlessen.
Op zijn zestiende ging hij, de raad volgend van zijn leraars - Jef is in principe een potentiële ingenieur, maar hij twijfelde - les volgen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. De jonge Jef Nys bleek een buitengewoon natuurtalent. Samen met Bob De Moor (geestelijke vader van: Cori, de scheepsjongen, Barelli, De avonturen van Zigomar, Snoe en Snolleke, e.v.a.), die ook op de Academie zat, ging hij in de toenmalige tekenfilmstudio AFIM aan de slag en werkte er even mee aan de korte tekenfilm 'Smidje Smee'. Na vier dagen werd hij door de directeur van de academie voor de keuze gesteld: de academie of de studio. Hij koos voor de academie, maar wanneer daar in de tuin een Duitse V-bom viel (oktober 1944) werd de instelling tijdelijk gesloten. Voor Jef betekende dit het einde van zijn academische opleiding. Hij vond spoedig werk als technisch tekenaar en duivel-doet-al bij de bevriende Antwerpse architect Maurits De Vocht (Prijs van Rome voor bouwkunde 1941). Ondertussen bleef tekenen zijn passie.

Wanneer het satirische weekblad ''t Pallieterke' een prijskamp organiseerde (1945) zag Jef Nys zijn kans schoon. Hij kwam als winnaar uit deze tekenwedstrijd en zijn carrière als karikaturist, cartoonist en stripauteur ging definitief van start. De gepubliceerde reeksen Beelden uit het leven van een groot man (1946), Adam leeft nog (zijn eerste echte strip - 1948) en De Familie Knol (1948) verduidelijkten direct dat hij verschillende genres aan kon.
In die naoorlogse jaren droomde hij, net als zovele jonge beginnende tekenaars, van een carriëre bij Walt Disney. In 1947 schreef hij een brief naar deze grootmeester en voegde er enkele tekeningen en een karikatuur van Disney zelf bij. Tot zijn grote verbazing kreeg hij vrij snel een antwoord: 'zijn werk is bij de studio bestudeerd en goed bevonden maar er is helaas geen plaats vrij...' en hij bleef in Vlaanderen.
Enige tijd later...
Door een ietwat vreemde en speciale regeling vervulde hij elke zaterdag, in de periode 1952 tot 1957, zijn legerdienst. In dezelfde periode illustreerde hij het boek Paniek rond Janneke van dokter Ernest Maes, maakte illustraties voor het maandblad van de VAB, creëerde hij een reeks rond Jef Neus (stopcomic) en een eerste strip (de voorloper van Jommeke) 'De lotgevallen van Amedeus en Seppeke'. Dit realiseerde hij allemaal naast zijn vaste opdracht bij 't Palieterke' waar hij sedert zijn eerste prijs in dienst was. In november 1956 verliet hij 't Pallieterke' en kwam in vaste dienst bij 'Kerkelijk Leven' waar hij al losse medewerker was vanaf 1949.

Zijn zoon, Jommeke, stelde hij op 30 oktober 1955 aan de wereld voor in 'Kerkelijk Leven' (Ons Parochieblad) >>> Het wekelijks avontuur van Jommeke.
Al vlug verschenen dan ook 'Jommekes Album nr. 1, nr. 2 en nr. 3'.
Wanneer de samenwerking met 'Kerkelijk Leven' in 1958 werd stopgezet kwam hij al vrij snel terecht bij 'Het Volk'. In die dagen werkte hij er naast een ander monument van de stripwereld: "Marc Sleen - de geestelijke vader van Nero".
Het eerste lange verhaal (later werd dit album nummer 1) verscheen vanaf november 1958 in de krant 'Het Volk' en in ''t Kapoentje'. In die periode tekende Jef Nys ook nog enkele andere schitterende, ernstige en realistische verhalen. Halverwege de jaren zestig liep gedurende 11 albums de kinderreeks 'Met Langteen en Schommelbuik voorwaarts' naast de op dat moment aan populariteit winnende Jommekesreeks.
Naast Jommeke heeft Jef Nys uiteraard nog heel wat andere figuren gecreëerd die doorheen de albums hun opwachting hebben gemaakt. Zo ook bijvoorbeeld 'Broske, Tobias en Fonske' die hij ten tonele voerde als 'Lustige kapoentjes'. In 1965 was Marc Sleen immers bij Het Volk vertrokken naar de groep 'Het Nieuwsblad / De Standaard / De Gentenaar' en Jef nam de reeks 'De lustige kapoentjes' over. Al snel werden de 'kapoentjes' vervangen door Jommeke. Wanneer tekenaar Hurey de serie in 1967 overnam creëerde hij meteen zelf zijn eigen lustige kapoentjes.

Eind jaren zestig was er even een zijsprongetje naar de film. Jef Nys verfilmde zelf een van zijn verhalen: De schat van de zeerover.

Vanaf 1972 werd hulp ingeschakeld bij het schrijven en tekenen van nieuwe Jommekesalbums.
Zo zijn/waren er de tekenaars/scenaristen:
• Karel Boumans
(1972-1973)
• Edgar Gastmans
(begin jaren '70)
• Hugo De Sterk
(1972-2002)
• Eric De Rop
(1976-1982)
• Wim Haazen
• Leo Loedts
(begin jaren '70)
• Patrick Vermeir
(jaren '80)
• Patrick Van Lierde
(jaren '90) • Luc Morjaeu (2000)
Edwin Wouters
(30 jaar lang)
Philippe Delzenne
(vanaf 1979)
Gerd Van Loock
(vanaf 1986)
• Inkleurster - dochter - Agnes Nys
.
Een aantal scenario's kwamen van Leopold Vermeiren (de échte vader van De Rode Ridder -
jaren '70) en Jan Ruysbergh.
Eind 2015 doet Sarina Ahmad haar intrede als scénariste/tekenares van Jommekesverhalen. Sarina is de kleindochter van Jef Nys. Eerder werk verscheen van haar in het gelegenheidsalbum 'Jommeke for life' in 2011.

Dat Jef Nys uitgegroeid is tot een legende bewijzen Koksijde en Durbuy door hem het ereburgerschap toe te kennen, respectievelijk in 1992 en 1995.

Na iets meer dan 40 jaar waren er meer dan 45 miljoen verkochte albums en kwam in 1997 (eindelijk) de grote erkenning van Jommeke, door hem te laten verschijnen op een postzegel (26 mei) en hem een standbeeld te geven te Middelkerke (onthuld op 31 juli).
Bij het verschijnen van album 200 heeft de nationale Munt, in 1998, een Jommeke-medaille uitgegeven. Aan de ene zijde zijn Jommeke, Flip en Filiberke afgebeeld en op de keerzijde hun geestelijke vader.

Op 20 november 2004 werd door de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde (VOS) de bronzen StripVos, tijdens de jaarlijkse verenigingsvergadering, overhandigd. Deze blijk van erkenning is zeker terecht na intussen meer dan 50 miljoen verkochte albums.
In 2005 koos het Rode Kruis voor Jommeke, en deed dit voor een tweede maal, als boegbeeld van de jaarlijkse stickeractie.
Ook de meest prestigieuze striponderscheiding, het 'Gouden Potlood', werd hem op 30 juli 2005 te Middelkerke, voor de tweede maal, overhandigd.

Biografie Jef Nys
Op 2 november 2005 verscheen de biografie van Jef Nys. Getiteld 'Ongekend Veelzijdig', het boek (248 pagina’s) is een verrassende ontdekkingsreis door het leven en werk van de geestelijke vader van Jommeke.



Op 17 december 2005, op het tweejaarlijkse festival Strip Turnhout, kreeg hij van VTM-journalist Patrick Van Gompel, voorzitter van de jury van de bronzen Adhemar 2005, de gouden Adhemar. Enkel Marc Sleen viel die eer te beurt tijdens de Stripgidsdagen van 1993. Het is een bekroning voor zijn hele werk.

Opnieuw een blijk van erkenning kwam er door ook Annemieke en Rozemieke, negen jaar na Jommeke (29 juli 2006), als standbeeld te vereeuwigen op de Middelkerkse zeedijk.

Jommeke blijft verder leven nu Jef Nys er niet meer is. Zolang de Vlaamse jeugd deze stripheld blijkt nodig te hebben zal hij paraat staan. In het testament van Jef Nys is immers vastgelegd dat Jommeke, onder de strikte regels van 'geen geweld, geen wapens, geen seks, geen drugs...', blijvend getekend mag worden door een aantal medewerkers (opvolgers).